Amyloïdose onderzoek in Groningen

 

Medio jaren zestig in de vorige eeuw ontstond belangstelling voor amyloïdose bij de Groningse hoogleraar Interne Geneeskunde Enno Mandema. Samen met zijn medewerkers, de internist Jan Scholten en de biochemicus Luuk Ruinen, startte hij onderzoek naar deze aandoening. Dat resulteerde al snel in contact met de Amerikaanse onderzoeker en hoogleraar Alan Cohen. Gezamenlijk werd van 24 tot 28 september 1967 het eerste internationale symposium over Amyloïdose georganiseerd in Groningen (1). Dit voorzag in een behoefte, en werd een traditie. Nadien werden symposia op vele plaatsen ter wereld gehouden. Het 13e symposium werd in mei 2012 opnieuw in Groningen gehouden en eind april 2014 zal het 14e symposium plaatsvinden in Indianapolis, Indiana (USA). 

In de jaren tachtig nam de hoogleraar Reumatologie Martin van Rijswijk (2) het onderzoek over, in samenwerking met de immunologisch geïnteresseerde biochemici Jan Marrink en de hoogleraar Piet Limburg en de internist Sven Janssen (3). Ter gelegenheid van het afscheid van Mandema als hoogleraar Interne Geneeskunde werd op 10 en 11 oktober 1986 een internationale cursus over amyloïdose gehouden, opnieuw te Groningen (4). Sedert eind van de jaren tachtig heeft de reumatoloog Bouke Hazenberg de fakkel overgenomen, daarbij intensief ondersteund door de research analist Johan Bijzet. Limburg en Van Rijswijk zijn nog steeds betrokken, maar ook vele anderen zoals de internist-reumatologen Ingrid van Gameren en Reinhard Bos, de hoogleraar Haematologie Edo Vellenga, de internist Els Haagsma, de nefroloog Ron Gansevoort, de hoogleraar neurologie Jan Kuks, de hoogleraar chirurgie Maarten Slooff, de internisten Andries Smit en An Reyners (5), de hoogleraar nucleaire geneeskunde Piet Jager en de KNO arts Freek Dikkers. Daarnaast wordt intensief samengewerkt met de afdeling Klinische Genetica en de Pathologie.

In de loop van deze periode weerspiegelde de diagnostiek en behandeling van patiënten met amyloïdose dezelfde trend als wereldwijd werd gezien. De diagnostiek verbeterde waardoor sedert begin van de jaren tachtig de verschillende vormen van systemische amyloïdose van elkaar konden worden onderscheiden. Deze diagnostiek is inmiddels steeds meer verfijnd, waardoor de betrouwbaarheid is toegenomen. Ook kan de diagnose inmiddels gemakkelijker en met minder belasting voor de patiënt worden gesteld.

Doordat de verschillende vormen van systemische amyloïdose beter onderscheiden konden worden verlegde het onderzoek zich naar de herkomst van het amyloïd. De verschillende voorloper eiwitten werden ontdekt en technieken ontwikkeld om deze eiwitten ook in de dagelijkse praktijk aan te tonen en tijdens het beloop van de ziekte te vervolgen. Dankzij de genetica is het mogelijk geworden om binnen families DNA onderzoek te verrichten waardoor de aanwezigheid of afwezigheid van een specifieke erfelijke mutatie kan worden aangetoond.

Nadat meer inzicht werd verkregen in de achtergrond van de verschillende vormen van amyloïdose verschoof de aandacht in de jaren negentig naar het allerbelangrijkste aspect voor de patiënt, namelijk de behandeling. Omdat bekend was geworden welke voorloper eiwitten ten grondslag lagen aan amyloïd neerslagen richtte de behandeling zich op het stopzetten van de productie van die eiwitten. Zodoende bleek chemotherapie nuttig bij de behandeling van AL amyloïdose en levertransplantatie bij erfelijke vormen van ATTR amyloïdose. Bij AA amyloïdose bleef een effectieve behandeling van de achterliggende ontsteking het fundament van de behandeling. Een nieuwe ontwikkeling bij AA amyloïdose is de introductie van een volledig nieuw middel, Fibrillex™, een zogeheten GAG-mimeticum. Dit middel is specifiek ontwikkeld om de afzetting van AA amyloïd tegen te gaan. Wanneer dit een werkzaam middel blijkt te zijn ontstaan ook mogelijkheden om soortgelijke middelen voor de andere vormen van systemische en lokale amyloïdose te ontwikkelen.

Bij de behandeling van amyloïdose werd het vervolgens belangrijk om goede meetinstrumenten te ontwikkelen om het effect van de behandeling vast te leggen. In het begin van de jaren negentig werd in Londen door Pepys en Hawkins voor dit doel de SAP scan ontwikkeld. Deze scan word ook in Groningen toegepast. Hoewel de scan niet bij iedereen en zeker niet bij elk type amyloïdose even informatief is, blijkt het in sommige individuele gevallen van grote waarde te zijn om het beloop van de aandoening zichtbaar te maken. Daarnaast geeft het in veel gevallen inzicht in eventuele betrokkenheid van de lever, milt, nieren, bijnieren, beenmerg en gewrichten. Helaas helpt deze scan niet om betrokkenheid van het hart, maagdarmkanaal, schildklier, tong of de zenuwen vast te stellen.

In het kort is in bovenstaand stuk een schets gegeven van de ontwikkelingen in Groningen op het gebied van de amyloïdose. De verwachting is dat de komende jaren meer kennis kan komen over nieuwe vormen van behandeling, maar dat dit zeer langzaam en met veel moeite zal gaan. Het is onze hoop als behandelaars van het UMCG dat het mogelijk zal blijken om effectieve, maar bovenal veilige middelen te ontwikkelen om de amyloïdose bij elke individuele patiënt tot stilstand en zo mogelijk tot volledige verdwijning te brengen.

 

horizontal rule

Litteratuur

1. Enno Mandema, Luuk Ruinen, Jan H. Scholten en Alan S. Cohen. Amyloidosis. Proceedings of the First Intenational Symposium on Amyloidosis, Universiteit Groningen, 1967.

2. Martin H. van Rijswijk. Amyloidosis. Dissertatie, Universiteit Groningen, 1981.

3. Sven Janssen. Clinical and Diagnostic Features of Amyloidosis. Dissertatie, Universiteit Groningen, 1985.

4. Jan Marrink en Martin H. van Rijswijk. Amyloidosis. International Course, Universiteit Groningen, 1986.

5. An K.L. Oei-Reyners. Cardiovascular Autonomic Function Tests: Methodological Considerations and Clinical Aspects. Dissertatie, Universiteit Groningen, 2002.

6. Bouke P.C. Hazenberg. Diagnostic Studies in Amyloidosis. Dissertatie, Universiteit Groningen, 2007.

7. Ingrid I. van Gameren. Diagnostic and Therapeutic Modalities in Systemic Amyloidosis. Dissertatie, Universiteit Groningen, 2009.

8. Bouke P.C. Hazenberg en Johan Bijzet. Proceedings of the XIIIth International Symposium on Amyloidosis "From Misfolded Proteins to Well-designed Treatment", Universiteit Groningen, 2013.

9. Andor W.J.M. Glaudemans. Nuclear Medicine Strategies to Image Infectious and Inflammatory Diseases. Dissertatie, Universiteit Groningen, 2014.

 

horizontal rule